Marmos Bodemmanagement heeft veel ervaring met de datasets uit bodeminformatiesystemen. Helaas zijn die zelden foutloos. Een controle van de dataset op de mogelijke aanwezigheid van een aantal veel voorkomende fouten behoort dan ook tot de standaard werkwijze bij het opstellen van een bodemkwaliteitskaart. Achteraf fouten tegenkomen en bewerkingen opnieuw uitvoeren kost namelijk al snel meer tijd. Niet ingevoerde gegevens zijn minder erg dan verkeerd ingevoerde gegevens. De eerste kun je opzoeken en aanvullen, maar bij verkeerd ingevoerde gegevens loop je het risico van verkeerde interpretaties en foutieve beslissingen.
Onzekerheid over datakwaliteit leidt bij overheden weleens tot schroom om bestanden met bodemdata aan derden beschikbaar te stellen. Ergens is dit merkwaardig: de bestanden worden wel goed genoeg bevonden om overheidsbeslissingen op te baseren, maar niet goed genoeg bevonden om openbaar te maken.
Natuurlijk
is niet elke invoerfout even erg, en volstrekt foutloze en actuele bestanden
zijn een illusie. Toch zou het goed zijn om tenminste voor de belangrijkste
datavelden een kwantitatieve kwaliteitsnorm te formuleren. De lat moet daarbij
het hoogst liggen voor de meest cruciale statusgegevens van locaties:
- Vervolg (met name de juistheid van het al of niet toekennen van de status
"voldoende onderzocht en/of gesaneerd, geen vervolg")
- de verontreinigingsstatus (eut_totaal)
- de nauwkeurigheid van de geografische ligging (in de vorm van een punt of
vlak in een GIS-bestand)
Landelijk is een datum nodig waarop uiterlijk aan die kwaliteitsnorm moet worden gedaan, bijvoorbeeld in 2009. In 2009 wordt opnieuw landelijk de werkvoorraad aan (mogelijk) verontreinigde locaties vastgelegd teneinde de bodemsaneringsbudgetten voor de periode tot 2015 te verdelen.
In 2004 hebben provincies de gegevens uit gemeentelijke bodeminformatiesystemen veelal niet meegenomen bij het samenstellen van de LDB-tabel. Uiteraard moet dat in 2009 wel het geval zijn. De uitwisseling tussen gemeentes en provincies loopt echter nog niet altijd even vlekkeloos. Vaak wordt daarbij gedacht, dat de uitwisseling slechts een kwestie van techniek is. Met het aanschaffen van een SIKB-uitwisselmodule is de gemeente er echter nog niet. De crux zit met name in de datakwaliteit. En als die in orde is, zijn er ook andere technische wegen mogelijk dan via SIKB-uitwisselmodules.
Voor de data-uitwisseling tussen gemeentes en provincie is het volgende nodig:
| * | een eenmalige inhoudelijke inhaalslag om per gemeente te komen tot een kwalitatief goede dataset, waarover overeenstemming bestaat tussen de gemeente enerzijds en de provincie anderzijds. |
| * | Frequente uitwisseling van informatie tussen provincie en gemeente, zodat de gezamenlijke dataset op orde blijft en de gegevens van provincie en gemeente synchroon blijven lopen. |
Marmos Bodemmanagement kan dit proces ondersteunen vanuit een ruime inhoudelijke kennis en ervaring met bodemdata. Marmos Bodemmanagement heeft verschillende gemeentes geholpen bij de controle en verbetering van hun bodemdata. Ook voor uw organisatie kan Marmos Bodemmanagement een kwaliteitsaudit op de gegevens uit uw BIS uitvoeren.
Laatste wijziging 18 juli 2007