Er zijn verschillende
redenen om een bodemkwaliteitskaart op te stellen:
| * | Een bodemkwaliteitskaart vergemakkelijkt grondverzet. Partijen grond (mits afkomstig van een onverdachte locatie) kunnen op basis van een bodemkwaliteitskaart in veel gevallen zonder aanvullende analyses elders worden toegepast. In de bijbehorende bodembeheernota wordt vastgelegd in welke zones verontreinigde grond weer als bodem mag worden toegepast. Dit levert bij grondverzet een belangrijke kostenbesparing op en voorkomt stagnatie in de uitvoering van projecten; |
| * | Een bodemkwaliteitskaart kan worden gebruikt om invulling te geven aan andere aspecten van lokaal bodembeleid, zoals het hanteren van verhoogde achtergrondwaarden als aanvullend toetsingskader; |
| * | Een bodemkwaliteitskaart levert een bijdrage aan de invulling van de NMP3-doelstelling om in 2005 de bodemkwaliteit landsdekkend in beeld te hebben. |
Bij grondverzet komt regelmatig grond vrij die op een andere plaats weer wordt toegepast. Volgens het Bouwstoffenbesluit dient op deze partijen grond vóór toepassing een partijkeuring conform AP04 plaats te vinden. Indien de grond licht verontreinigd blijkt te zijn mag deze alleen in een 'werk' worden toegepast. Het Bouwstoffenbesluit schrijft voor dat licht verontreinigde bouwstoffen (waaronder grond) bij afbraak van het werk terugneembaar zijn. Licht verontreinigde grond mag volgens het Bouwstoffen-besluit derhalve niet worden vermengd met de (onderliggende) bodem.
Sinds 1 juli 1999 is de 'Vrijstellingsregeling grondverzet' (MVG) van kracht. De 'Vrijstellingsregeling grondverzet' is een ministeriële vrijstellingsregeling bij het Bouwstoffenbesluit die het onder voorwaarden mogelijk maakt om licht verontreinigde grond buiten 'werken' als bodem te hergebruiken. Eén van deze voorwaarden is dat de gemeente beschikt over een door het bevoegd gezag (de gemeente) vastgestelde bodemkwaliteitskaart. Daarnaast dient in een op de bodemkwaliteitskaart gebaseerd bodembeheerplan te zijn vastgelegd op welke wijze met grondstromen wordt omgegaan. In veel gevallen behoeft vervolgens bij grondverzet geen partijkeuring meer plaats te vinden.
Het Bouwstoffenbesluit en de Vrijstellingsregeling grondverzet zijn vervangen door het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit. Deze zijn gedeeltelijk per 1 januari 2008 in werking getreden. Het gedeelte over hergebruik van grond en bodemkwaliteitskaarten geldt met ingang van 1 juli 2008. Er is overgangsbeleid, waardoor oude bodemkwaliteitskaarten nog maximaal 5 jaar geldig blijven.
|
Maar wat is nu een bodemkwalititeitskaart? Een bodemkwaliteitskaart is een kaart waarin een beheersgebied (bijvoorbeeld een gemeente) is ingedeeld in één of meer zones met een 'vergelijkbare bodemkwaliteit'. Die zones zijn in eerste instantie gebaseerd op de historie van een gebied: gebieden met eenzelfde historie hebben in het algemeen een vergelijkbare bodemkwaliteit. Bepalende factoren zijn bijvoorbeeld de aanwezigheid van ophooglagen of de ouderdom van wijken. Vooroorlogse wijken zijn in het algemeen diffuus verontreinigd als gevolg van menselijke activiteiten. Ook gebieden die pas in de twintigste eeuw zijn ingepolderd, kunnen als gevolg van de sedimentatie van verontreinigd rivierslib diffuus verontreinigd zijn. In gebieden die in 1960 boomgaard waren, komen gemiddeld hogere concentraties DDT voor dan op percelen die altijd akker zijn geweest. Kortom, historisch onderzoek vormt de basis van iedere bodemkwaliteitskaart. Vervolgens wordt statistiek toegepast op basis van analyseresultaten uit bodemonderzoeken. In het algemeen zijn dit de gegevens uit bodemonderzoeken, zoals ingevoerd in een gemeentelijk bodeminformatiesysteem. Soms wordt speciaal voor een bodemkwaliteitskaart (aanvullend) veldwerk uitgevoerd. Per zone en per dieptetraject worden verschillende statistische kentallen berekend. Eventueel worden zonegrenzen aangepast op basis van het ruimtelijke patroon van de analyseresultaten. |
|
Met ingang van 1 juli 2008 is het gedeelte van het Besluit bodemkwaliteit en van de Regeling bodemkwaliteit van kracht, dat handelt over hergebruik van grond en bagger met inbegrip van nieuwe regels over het toepassen van bodemkwaliteitskaarten. Het opstellen van de bodemkwaliteitskaart verandert op zich niet wezenlijk. De 'Richtlijn bodemkwaliteitskaarten' wijkt niet veel af van de oude 'interimrichtlijn bodemkwaliteitskaarten'. De regels voor grondverzet binnen en tussen zones veranderen wel, althans de beleidsruimte waarbinnen deze regels kunnen worden ingevuld in de lokale bodembeheernota. Achterliggende filosofie van het Besluit bodemkwaliteit is, om meer belang toe te kennen aan de relatie tussen de bodemkwaliteit en de functie van de bodem (terreingebruik). Hiertoe dienen gemeentes binnen een half jaar een functiekaart vast te stellen.
In het nieuwe grondstromenbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen 'generiek kader' en gebiedsspecifiek kader'. Het klinkt soms alsof het twee verschillende, tegengestelde kaders zijn, maar eigenlijk kun je het generieke beleid als een basisvariant zien (zonder verdere beleidsruimte). Hiervan kan worden afgeweken binnen bepaalde grenzen en voorwaarden om een invulling op maat te geven voor de lokale situatie. Er is sprake van gebiedsspecifiek beleid zodra wordt afgeweken van de basisvariant uit het generieke beleid.
Het generieke kader lijkt veel op de huidige situatie: er wordt uitgegaan van stand still op het schaalniveau van een zone. De actuele bodemkwaliteit mag niet verslechteren door het toepassen van grond of bagger, ook al is het huidige bodemgebruik relatief ongevoelig. In een (toekomstig) industrieterrein dat niet diffuus verontreinigd is, mag dus geen licht verontreinigde grond worden toegepast (de toe te passen grond moet voldoen aan de referentiewaarden voor het meest gevoelige gebruik, wanneer de diffuse bodemkwaliteit in de betreffende zone nu voldoet aan de referentiewaarden voor het meest gevoelige gebruik). Aan de andere kant mag in het generieke beleid in een diffuus verontreinigde vooroorlogse woonwijk evenmin grond worden toegepast die niet voldoet aan de referentiewaarden voor de functie wonen. Met andere woorden: er wordt getoetst aan zowel de actuele bodemkwaliteit als aan de normen die bij de betreffende bodemfunctie behoren. De strengste is daarbij maatgevend. Het 'generiek kader' is in dat opzicht dus strenger dan het huidige beleid van de Vrijstellingsregeling grondverzet.
Het gebiedsspecifieke kader is revolutionair in het Nederlandse bodembeleid. In het begin van de jaren '90 was bij de opkomst van actief bodembeheer de gedachte: "een bedrijfsterrein mag bij bodemsanering en bij grondverzet best een beetje viezer blijven". Nu klinkt in het gebiedsspecifieke kader door: "een (toekomstig) bedrijfsterrein mag bij grondverzet best een beetje viezer worden". Het gebiedsspecifieke kader gaat uit van stand still op gebiedsniveau. Over een groter beheersgebied bezien verslechtert de gemiddelde bodemkwaliteit niet, maar in bepaalde delen wordt wel een lokale verslechtering van de bodemkwaliteit geaccepteerd om daarmee andere problemen (bijvoorbeeld m.b.t. de afzet van licht verontreinigde onderhoudsbagger) binnen het gebied op te lossen. Belangrijk uitgangspunt is daarbij, dat de bodemkwaliteit blijft voldoen aan de referentiewaarden voor de functie van het gebied. De ruimtelijke functies binnen een beheersgebied spelen dus een belangrijke rol bij het opstellen van het bodembeheerplan. Een andere verruiming is, dat in het bodembeheerplan voor sommige zones ook hergebruik boven de interventiewaarde mag worden toegestaan. Dat laatste mag alleen als die zone al diffuus verontreinigd is boven de interventiewaarde. Verder mag er alleen grond boven de interventiewaarde worden toegepast die uit het eigen beheergebied komt (dus geen import van sterk verontreinigde grond uit andere delen van het land).
Overigens zullen veel toepassingen van het gebieddspecifieke kader in de praktijk minder ver gaan. Vaak zal de toepassing van het gebiedsspecifieke kader een kleine nuancering zijn ten opzichte van het generieke kader: een beetje strenger of ruimer.
In het Besluit Bodemkwaliteit kan (en moet) een gemeente bepaalde beleidskeuzes maken bij het opstellen en beleidsmatig implementeren van een bodemkwaliteitskaart:
Marmos Bodemmanagement geeft onafhankelijk advies ten aanzien van de verschillende beleidskaders. Marmos Bodemmanagement legt bij het opstellen van bodemkwaliteitskaarten een accent op het inzichtelijk maken van (het effect van) verschillende beleidskeuzes. En uiteindelijk gaat het er natuurlijk om, dat er een praktisch document komt waarmee mensen in de praktijk bij hun grondverzet uit de voeten kunnen.
Marmos Bodemmanagement
is opgericht door Marnix Mosselman. Hij heeft vanaf 1997 enkele tientallen bodemkwaliteitskaarten
en bodembeheerplannen opgesteld voor onder andere diverse gemeentes en de Dienst
Landelijk Gebied. Klik hier voor een overzicht.
In november
2005 heeft Marnix Mosselman op het symposium Bodembreed te Lunteren een presentatie
gehouden over bodemkwaliteitskaarten in Zeeland. Op de website www.bkkzeeland.nl
kunnen de Zeeuwse bodemkwaliteitskaarten worden geraadpleegd door op een kaart
van Zeeland in te zoomen. Ook zijn op deze site pdf-bestanden te vinden met
de rapportages van bodemkwaliteitskaarten en bodembeheerplannen.
Meer weten?
Neem gerust contact op met Marmos Bodemmanagement.
Laatste wijziging 28 januari 2008