Marmos Bodemmanagement

Landsdekkend beeld bodemkwaliteit 2005

Achtergrond: waarom een landsdekkend beeld bodemkwaliteit?

In Nederland wordt al vanaf het begin van de jaren '80 gewerkt aan de aanpak van bodemverontreiniging. Toch was een paar jaar geleden nog steeds niet bekend wat de exacte omvang van de bodemsaneringsoperatie is en hoeveel deze nog gaat kosten. Om deze reden werd in het Nationaal Milieubeleidsplan 3 (NMP3) de doelstelling opgenomen dat in 2005 de bodemkwaliteit landsdekkend in beeld moet zijn. Deze doelstelling bestaat uit twee delen:

* het inventariseren en overzichtelijk maken van de te onderzoeken en saneren "werkvoorraad" van (potentieel) ernstig verontreinigde locaties;
* het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit van gebieden in relatie tot ruimtelijke inrichtingsmogelijkheden (o.a. bodemkwaliteitskaarten).

Met ingang van 2005 hanteert de rijksoverheid het landsdekkend beeld bodemkwaliteit (LDB) als instrument hanteren voor de toekenning van middelen aan de budgethouders Wet Bodembescherming en ISV (Investeringsfonds Stedelijke Vernieuwing).

De LDB-tabel

Inmiddels is een uitgebreide inventarisatie uitgevoerd van alle locaties in Nederland waar mogelijk sprake is van ernstige bodemverontreiniging, de zogenaamde nulmeting van de werkvoorraad. In 2004 hebben alle provincies en een 30-tal grote gemeentes (de gemeentes die bevoegd gezag zijn in het kader van de Wet bodembescherming) een bestand met deze locaties aangeleverd aan het ministerie van VROM. In dit bestand, de LDB-tabel, zijn alle (potentieel) ernstig verontreinigde locaties opgenomen. De LDB-tabel is gebaseerd op zowel historische inventarisaties van voor bodemverontreiniging verdachte locaties als op informatie uit bodemonderzoeken en -saneringen.

In de LDB-tabel zijn ca. 600.000 (mogelijk) verontreinigde locaties opgenomen. Het daadwerkelijke aantal ernstig verontreinigde locaties is een stuk lager. In de LDB-tabel staan veel verdachte locaties, die nog niet zijn onderzocht (of die wel onderzocht zijn, maar waarvan de gegevens nog niet bij de betreffende provincie aanwezig waren). Lang niet alle verdachte locaties zijn ook daadwerkelijk verontreinigd. Naar schatting is grofweg 1 op de 10 locaties uit de LDB-tabel daadwerkelijk ernstig verontreinigd.

De LDB-tabel is tot stand gekomen op basis van een begin 2002 door het ministerie van VROM uitgebracht 'Stappenplan Landsdekkend Beeld 2005' (klik hier voor de samenvatting).

Het plaatje hierboven toont als voorbeeld een deel van een LDB-tabl. De locatiegegevens (adres en x- en y-coördinaten) zijn uit het plaatje weggelaten. In de afgelopen jaren zijn historische inventarisaties uitgevoerd door de verschillende provincies en grote gemeentes (Hinderwet-inventarisaties e.d.) om alle verdachte locaties in beeld te brengen. Dergelijke locaties zijn hierboven aangeduid als preHO. De volgende stap is, nagaan in hoeverre deze verdachte locaties al onderzocht zijn en wat de 'status' van deze locaties is (zijn ze voldoende onderzocht en niet verontreinigd gebleken of is het juist een saneringslocatie waarvoor een beschikking over ernst en urgentie is genomen etc.)

Soms wordt het LDB-traject gezien als synoniem voor het inkloppen van bodemrapporten in een BIS. Er komt echter meer bij het landsdekkend beeld kijken dan het invoeren van bodemrapporten. Cruciaal is met name de koppeling tussen verdachte en onderzochte locaties en de beoordeling van status-gegevens. Daarnaast zijn er specifieke aandachtspunten, zoals de nauwkeurigheid van x- en y-coördinaten bij historische inventarisaties en het uitfilteren van woonadressen in het Kamer van Koophandel-bestand.

De UBI-code

De zogenaame UBI-code (Uniforme Bron Indeling) speelt een belangrijke rol in verschillende landsdekkend beeld-modellen. De UBI-code is een code voor verschillende bedrijfsactiviteiten (vergelijkbaar met de SBI-code) maar dan specifiek toegespitst op een indeling op basis van bodembedreigende bedrijfsactiviteiten. In het UBI-model is voor iedere (voormalige) bedrijfsactiviteit bepaald voor welke stoffen de bedrijfsactiviteit verdacht is voor bodemverontreiniging. Verder bevat het UBI-model een verwachting of een bedrijfsactiviteit mogelijk geleid heeft tot een ernstig geval van bodemverontreiniging. De komende jaren zullen deze modellen steeds verder worden verfijnd, naar mate diverse landsdekkend beeld-projecten meer gegevens opleveren. Zo zullen steeds nauwkeuriger kentallen beschikbaar komen hoe vaak een historisch verdachte locatie met een bepaalde UBI-code daadwerkelijk verontreinigd is en hoeveel een sanering van een bepaald type verontreiniging kost.

UBI-model bestellen

Inmiddels hebben alle provincies en een dertigtal grote steden hun LDB-tabel opgeleverd. De volgende stap is, om ook aan de slag te gaan met de verzamelde gegevens. Enerzijds in de vorm van programmering van onderzoek en sanering. Anderzijds door de datasets te analyseren om meer algemene conclusies over de hoeveelheid bodemverontreiniging in een bepaald gebied te trekken. Marmos Bodemmanagement kan hierbij ondersteuning verlenen.

Op weg naar 1-1-2009

Per 1 januari 2009 vindt in de bodemsaneringsoperatie een volgende meting van de werkvoorraad plaats. Op basis daarvan worden aan de bevoegde overheden Wbb budgetten toegekend voor de periode tot 2015. Met andere woorden, 1 januari 2009 is een volgende belangrijke mijlpaal in het informatiebeheer bodem.

Op weg naar 1-1-2009 moet er nog heel wat gebeuren. Twee zaken zijn daarbij specifiek van belang:
- datakwaliteit
- selectie van (mogelijk) spoedeisende locaties

Met het samenstellen van de LDB-bestanden is al veel werk verzet en veel bereikt. Niettemin komen er nog heel wat onvolkomenheden in deze bestanden voor. In de optiek van Marmos Bodemmanagement is 1-1-2009 een uiterlijke datum waarop landelijk de gegevensbestanden van de bevoegde overheden Wbb aan een (kwantitatief vastgelegde) kwaliteitsnorm moeten voldoen ten aanzien van volledigheid en betrouwbaarheid.

Specifiek aandachtspunt is daarbij de uitwisseling van bodemgegevens tussen provincies en gemeentes. Veel informatie uit de bij gemeentes beschikbare bodemonderzoeken is in 2004 nog niet meegenomen door de provincies. Vaak wordt gedacht, dat uitwisseling van bodemgegevens tussen provincie en gemeente slechts een kwestie van (automatiserings)techniek is. Het is echter vooral een inhoudelijk proces om bij zowel de provincie als de gemeente tot actuele en overeenstemmende bestanden te komen (en dit ook zo te houden). Dit vergt maatwerk met gerichte database-analyses. Voor sommige locaties moet men de betreffende bodemdossiers erop naslaan en/of is overleg nodig tussen de gemeente-ambtenaar en de provincie-ambtenaar. Marmos Bodemmanagement kan u in dit proces uitstekend ondersteunen, vanuit de ruime ervaring met (de data uit) verschillende bodeminformatiesystemen én de creativiteit en behendigheid met database- en GIS-bewerkingen.

Landelijk is de doelstelling geformuleerd om in 2015 de spoedeisende locaties gesaneerd danwel beheerst te hebben. Dit betekent, dat de prioriteit in de programmering voor de planperiode vanaf 2009 ligt bij de spoedeisende locaties. Vóór 1-1-2009 is dus inzicht nodig welke locaties dit betreft. Marmos Bodemmanagement kan u hierbij helpen, waarbij een accent ligt op het beter benutten van bestaande bodeminformatie.

BIELLS

Het bepalen van de werkvoorraad werd ook wel aangeduid als 'spoor 1' terwijl de 'algemene bodemkwaliteit' werd aangeduid als 'spoor 2'. Inmiddels is dit tweede spoor omgedoopt in BIELLS: Bodem Informatie Essentieel in Landelijke en Lokale Sturing. Het accent van BIELLS is gaandeweg meer komen te liggen op de ontsluiting en toegankelijkheid van bodemgegevens. Er is al heel wat bodeminformatie beschikbaar in diverse bestanden, hoe kan worden gezorgd dat deze gegevensbronnen gemakkelijker worden gebruikt?

Tot slot

Voor de bepaling van het Landsdekkend Beeld Bodemkwaliteit is in de afgelopen jaren veel werk verzet. Met de informatie die dit heeft opgeleverd kan een gemeente ook veel doen. Hiermee kan de gemeente planmatiger met bodem omgaan en krijgt de gemeente inzicht in wat haar de komende jaren op het gebied van bodemonderzoek en -sanering (inclusief kosten) nog te wachten staat. Marmos Bodemmanagement brengt dit in kaart op basis van de verschillende gegevensbestanden.

Meer weten? Neem gerust contact op met Marmos Bodemmanagement.

Mail naar Marmos

Terug naar hoofdpagina

Laatste wijziging 22 februari 2007