In de voorbije
jaren is het Nederlandse bodembeleid op een aantal punten herzien.
| * | Het Bouwstoffenbesluit is vervangen door een nieuwe AmvB: het Besluit Bodemkwaliteit. Deze AmvB vervangt tevens de Vrijstellingsregeling grondverzet. Het Besluit Bodemkwaliteit bevat een geïntegreerd kader voor hergebruik en toepassing van zowel bagger als grond. De regels voor hergebruik van grond op basis van een bodemkwaliteitskaart zijn aangepast. |
| * | De normstelling is voor verschillende stoffen herzien. De nieuwe normen zijn gekoppeld aan ruimtelijke functies en leunen zwaarder op de risico's van de bodemverontreiniging voor de mens, het ecosysteem, de kwaliteit van agrarische producten en de uitloging en verspreiding via het grondwater. De streefwaarden zijn vervangen door de Achtergrondwaarden (met ingang van 1 juli 2008), en daarnaast zijn er normen voor de bodemfunctie 'wonen' en de bodemfunctie 'industrie'. |
| * | In de Wet bodembescherming wordt sinds 1-1-2006 niet meer gesproken over "ernst en urgentie" maar over "ernst en spoedeisendheid". In 2006 is door het ministerie van VROM een saneringscriterium ontwikkeld om de spoedeisendheid van saneringen te bepalen. Landelijk beleidsdoel is, om voor 2015 alle spoedeisende locaties te beheersen danwel saneren. |
| * | Er komt een nieuw standaard stoffenpakket, dat het huidige stoffenpakket in NVN5720, NEN5740 en SIKB BRL 9335 vervangt. |
Veel beleidswijzigingen zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en de bijbehorende Regeling Bodemkwaliteit. Hiervoor was eerst een wijziging van de Wet bodembescherming nodig (de formulering "bij algemene maatregel van bestuur" is in de Wet bodembescherming op een aantal plaatsen veranderd in "bij of krachtens algemene maatregel van bestuur"). Op 14 februari 2007 is de wijziging van de Wet bodembescherming behandeld door de Tweede Kamer en in maart 2007 is deze wetswijziging goedgekeurd door de Eerste Kamer.
Inmiddels is het Besluit bodemkwaliteit op 1 januari 2008 in werking getreden. Het gedeelte dat handelt over hergebruik van grond (waaronder de nieuwe regels voor bodemkwaliteitskaarten) is van kracht met ingang van 1 juli 2008. De interimrichtlijn bodemkwaliteitskaarten is met weinig ingrijpende aanpassingen vervangen door de 'Richtlijn bodemkwaliteitskaarten'. Het opstellen van een bodemkwaliteitskaart is onder het Besluit bodemkwaliteit niet wezenlijk anders dan vroeger. De beleidsmatige invulling van de lokale regels voor grondverzet is wel veranderd, waarbij het Besluit bodemkwaliteit een 'generiek' en een 'gebiedsspecifiek' kader kent.
In het Besluit bodemkwaliteit wordt onderscheid gemaakt tussen een 'generiek kader' en een 'gebiedsspecifiek kader'.
In het grondstromenbeleid wordt meer belang toegekend aan de relatie tussen de bodemkwaliteit en de functie van de bodem (terreingebruik).
In de wijze waarop men het nieuwe beleid presenteert ontstaat weleens het beeld dat generiek beleid en gebiedsspecifiek beleid twee verschillende, tegengestelde kaders zijn, waarbij men voor A of B kiest. Eigenlijk zou je het ook anders kunnen zien: Het generieke beleid is een basisvariant (zonder verdere beleidsruimte), waarvan kan worden afgeweken binnen bepaalde grenzen en voorwaarden om een invulling op maat te geven voor de lokale situatie. Er is sprake van gebiedsspecifiek beleid zodra wordt afgeweken van de basisvariant uit het generieke beleid.
Het generieke kader lijkt deels op de huidige situatie: er wordt uitgegaan van stand still op het schaalniveau van een zone. De actuele bodemkwaliteit mag niet verslechteren door het toepassen van grond of bagger, ook al is het huidige bodemgebruik relatief ongevoelig. In een (toekomstig) industrieterrein dat niet diffuus verontreinigd is, mag dus geen licht verontreinigde grond worden toegepast (de toe te passen grond moet voldoen aan de referentiewaarden voor het meest gevoelige gebruik, omdat de diffuse bodemkwaliteit in de betreffende zone voldoet aan de referentiewaarden voor het meest gevoelige gebruik). Aan de andere kant mag in het generieke beleid in een diffuus verontreinigde vooroorlogse woonwijk evenmin grond worden toegepast die niet voldoet aan de referentiewaarden voor de functie wonen. Met andere woorden: er wordt getoetst aan zowel de actuele bodemkwaliteit als aan de normen die bij de betreffende bodemfunctie behoren. De strengste is daarbij maatgevend. Het 'generiek kader' is in dat opzicht dus strenger dan het huidige beleid van de Vrijstellingsregeling grondverzet.
Het gebiedsspecifieke kader is revolutionair in het Nederlandse bodembeleid. In het begin van de jaren '90 was bij de opkomst van actief bodembeheer de gedachte: "een bedrijfsterrein mag bij bodemsanering en bij grondverzet best een beetje viezer blijven". Nu klinkt in het gebiedsspecifieke kader door: "een (toekomstig) bedrijfsterrein mag bij grondverzet best een beetje viezer worden". Het gebiedsspecifieke kader gaat uit van stand still op gebiedsniveau. Over een groter beheersgebied bezien verslechtert de gemiddelde bodemkwaliteit niet, maar in bepaalde delen wordt wel een lokale verslechtering van de bodemkwaliteit geaccepteerd om daarmee andere problemen (bijvoorbeeld m.b.t. de afzet van licht verontreinigde onderhoudsbagger) binnen het gebied op te lossen. Belangrijk uitgangspunt is daarbij, dat de bodemkwaliteit blijft voldoen aan de referentiewaarden voor de functie van het gebied. De ruimtelijke functies binnen een beheersgebied spelen dus een belangrijke rol bij het opstellen van het bodembeheerplan. Een andere verruiming is, dat in het bodembeheerplan voor sommige zones ook hergebruik boven de interventiewaarde mag worden toegestaan. Dat laatste mag alleen als die zone al diffuus verontreinigd is boven de interventiewaarde. Verder mag er alleen grond boven de interventiewaarde worden toegepast die uit het eigen beheergebied komt (dus geen import van sterk verontreinigde grond uit andere delen van het land).
Overigens zullen veel toepassingen van het gebieddspecifieke kader in de praktijk minder ver gaan. Vaak zal de toepassing van het gebiedsspecifieke kader een kleine nuancering zijn ten opzichte van het generieke kader: een beetje strenger of ruimer.
De normstelling op zich verandert ook. De huidige streefwaarden zijn vervangen door Achtergrondwaarden, gebaseerd op het project Achtergrondwaarden 2000 (AW2000). Daarnaast zijn er referentiewaarden voor de functies 'wonen' en 'industrie'. De streefwaarden waren gebaseerd op waarden zoals die van nature in de Nederlandse bodem (in natuurgebieden) voorkomen. De achtergrondwaarden zijn gebaseerd op waarden zoals die in het landelijk gebied (landbouw en natuur tezamen) voorkomen. Voor een aantal stoffen (bijvoorbeeld bestrijdingsmiddelen) betekent dit een verruiming van de norm.
![]() |
Ook de Tweede Kamer heeft zich uitgesproken over de normering. Bij de kamerbehandeling van eerdergenoemde wetswijziging in januari 2007 is door Piet Hein Donner (die zijn eerste en voorlopig ook laatste rede als kamerlid hield) samen met Helma Neppérus (VVD) een motie ingediend om de normen nog wat verder te verruimen. De reden? Slechts 85% van de tarragrond uit de aardappelverwerkende industrie voldeed aan de nieuwe normering uit de (destijds) concept Regeling bodemkwaliteit. Volgens de motie Donner/Neppérus moest de normering zodanig worden aangepast dat 95% van de aardappeltarra 'schoon' is. Diederik Samson (PvdA) stelde, dat het in plaats daarvan toch echt de bedoeling was dat de aardappeltarra schoner werd waardoor 95% van de tarragrond aan de norm zou voldoen. |
Nog een citaat van Samson uit het kamerdebat: "Niets is immers zo goed voor het IQ van onze kinderen als schone grond. Andersom geredeneerd: niets is zo funest voor het IQ van onze kinderen als vieze grond. Alle onderzoeken laten zien dat het schoonmaken van de bodem van Nederland toekomstige generaties miljoenen IQ-punten kan opleveren."
Wat bodem betreft hebben de rekkelijken in de Tweede Kamer de overhand ten opzichte van de strekkelijken. Een dag later stemden de fracties van PVV, VVD, CU, SGP en CDA (samen goed voor 80 kamerzetels) vóór de motie van Donner/Neppérus om de normering te verruimen. De overige fracties stemden tegen. De fractie van SP stemde zelfs helemaal tegen het aanpassen van de Wet bodembescherming.
Een standaardantwoord op die vraag valt niet te geven. Vast staat dat het voor iedereen in bodemland gevolgen heeft. Zo staan gemeentes bij de invoering van het nieuwe Besluit Bodemkwaliteit voor de volgende vragen:
Marmos Bodemmanagement kan u verder helpen wat het in uw concrete situatie betekent. Marmos Bodemmanagement heeft de beleidsontwikkelingen rondom het Besluit Bodemkwaliteit op de voet gevolgd en heeft (vooral vanuit het perspectief van bodemkwaliteitskaarten) reacties ingezonden op de concepten van Besluit bodemkwaliteit (zoals 31 maart 2006 gepubliceerd in de Staatscourant) en van de Regeling bodemkwaliteit (zoals medio september 2006 gepubliceerd).
Meer weten?
Neem gerust contact op met Marmos Bodemmanagement.
Laatste wijziging 28 januari 2008