SIKB, NEN en Bodem+ hebben op 19 december 2007 een gezamenlijk memo uitgebracht, waarin zij bekend maken dat het standaard stoffenpakket bij milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek is vastgesteld. De wijzigingen van het stoffenpakket worden vastgelegd in diverse NEN-normen en SIKB BRL 9335 en treden in werking op 1 juli 2008.
Voor verkennend
bodemonderzoek op de landbodem (NEN5740) en hergebruik van grond (waaronder
bodemkwaliteitskaarten) worden de volgende wijzigingen doorgevoerd:
| * | Arseen
en chroom verdwijnen uit het basispakket (dat vanaf 1 juli 2008 standaardpakket
heet) Hiervoor in de plaats komen barium, kobalt en molybdeen |
| * | Voor metalen in grondwater worden dezelfde wijzigingen doorgevoerd als voor grond (dus ook in grondwater worden barium, kobalt en molybdeen geanalyseerd in plaats van arseen en chroom) |
| * | EOX verdwijnt uit het pakket. In plaats daarvan wordt de som-PCB's in de grond geanalyseerd. |
Het stoffenpakket uit NEN5740 staat al enkele jaren ter discussie. In eerste instantie is in het voorjaar van 2005 een aanpassing van het standaard stoffenpakket uit NEN5740 aangekondigd, waarop tot 1 augustus 2005 commentaar kon worden geleverd. Naar aanleiding van de reacties is het voorstel destijds ingetrokken.
Marmos Bodemmanagement heeft in de zomer van 2005 het initiatief genomen om (de onderbouwing van) het wijzigingsvoorstel kritisch tegen het licht te houden en een reactie hierop in te zenden. Onderstaande reactie uit 2005 is gebaseerd op gegevens uit verkennend bodemonderzoeken zoals vastgelegd in gemeentelijke BIS-sen en de kennis en ervaring uit bodemkwaliteitskaarten.
Marmos Bodemmanagement heeft in de zomer van 2005 een reactie op de wijzigingsvoorstellen van NEN 5740 en NVN 5720 aan het Nederlands Normalisatie Instituut gezonden. U kunt mijn reactie op de wijziging van NEN 5740 en NVN 5720 hier als pdf-bestand downloaden.
In deze reactie
stelde Marmos Bodemmanagement voor de wijziging van het stoffenpakket enkele
maanden op te schorten, en eerst:
- de beleidsmatige kant op orde te brengen en te zorgen voor een eenduidig en
consistent normenstelsel
- te zorgen voor een betere onderbouwing, door beter gebruik te maken van de
binnen de branche beschikbare kennis en ervaring uit verkennend bodemonderzoeken
en bodemkwaliteitskaarten.
Specifiek
gaat de reactie in op:
- de voorgestelde norm voor EOX (0,8 mg/kgds), bodemtypecorrectie bij EOX en
de relatie tussen EOX en aangetoonde gehaltes DDT;
- de extrapolatie van het nieuwe stoffenpakket voor grond naar grondwater en
slib;
- het opnemen van chloride in het standaardpakket zonder dat hiervoor streef-
en interventiewaarden bestaan.
In 2005 werd voor EOX een nieuwe triggerwaarde voorgesteld waarboven uitsplitsing in individuele chloorverbindingen nodig is, nl bij een EOX van 0,8 mg/kgds. Het lijstje chloorverbindingen, dat men dan diende te onderzoeken, werd uitgebreid. Inmiddels is EOX niet meer opgenomen in het standaardpakket, dat per 1 juli 2008 van kracht wordt.
Stoffen waarvoor geen streef- en interventiewaarden bestaan horen in mijn ogen niet in het standaardpakket voor verkennend bodemonderzoek. Onderdeel van de voorstellen was in 2005, om ook chloride op te nemen in het standaardpakket voor grond en grondwater. Toegegeven, (opslag van) strooizout kan tot een plaatselijke zoutverontreiniging leiden. Maar hoe vaak is in de afgelopen 15 jaar een bouwvergunning afgekeurd of een grondtransactie niet doorgean omdat het grondwater te zout is? Hoeveel grondwatersaneringen zijn er al uitgevoerd omdat het grondwater te zout is? Ook chloride maakt inmiddels geen deel meer uit van het uiteindelijke standaardpakket.
In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de keuze voor het al of niet opnemen van bepaalde metalen in het standaardpakket voor grond en grondwater.
De wijzigingsvoorstellen kwamen in 2005 voort uit een benadering vanuit het Bouwstoffenbesluit. Bij hergebruik van partijen grond doen zich soms problemen voor met overschrijdingen van de streefwaarde voor stoffen die niet standaard worden geanalyseerd volgens het NEN5740 pakket.
Inmiddels zijn in de afgelopen jaren in Nederland zeker 100.000 verkennend bodemonderzoeken uitgevoerd op basis van de NVN5740 en de NEN5740. Een groot deel van deze onderzoeken is bij gemeentes en milieudiensten ingevoerd in bodeminformatiesystemen. In de onderbouwing van de aanpassing van het stoffenpakket is echter niks gedaan met de gegevens van deze verkennend bodemonderzoeken. Ten onrechte!
Bij een aanpassing van de NEN5740 moet in mijn ogen eerst en vooral worden gekeken naar het doel waarmee in de praktijk verkennend bodermonderzoeken worden uitgevoerd (ongeacht of het uitvoeren van een NEN5740 onderzoek voortvloeit uit wet- en regelgeving). Bij het merendeel van de NEN5740 onderzoeken speelt hergebruik van grond helemaal geen rol. De meeste verkennend bodemonderzoeken worden uitgevoerd voor een bouwvergunning of bij aan- en verkoop van een terrein. Het draait dan veeleer om de vraag of de interventiewaarde wordt overschreden. Als alleen maar de streefwaarde wordt overschreden is er in het algemeen geen probleem, zeker niet voor bijv. metalen in het grondwater.
Op basis van bepaalde criteria is TNO tot een selectie van stoffen gekomen die al of niet onderdeel moeten uitmaken van het nieuwe standaardpakket. Dit is gedaan op basis van een bestand met grondanalyses van AP04-partijkeuringen. Vervolgens zijn voor het grondwater dezelfde metalen in het standaardpakket opgenomen. Hiervoor is op geen enkele wijze gebruik gemaakt van meetgegevens uit grondwateranalyses.
Impliciet
zit hierin de aanname, dat er een goede correlatie zou bestaan tussen het voorkomen
van grondverontreiniging en grondwaterverontreiniging:
hoe vaker in een gebied voor stof x de streefwaarde in de grond wordt overschreden,
hoe vaker in dit gebied in het grondwater de streefwaarde voor stof x zou worden
overschreden.
Voor de nieuwe metalen in het stoffenpakket (barium, molybdeen, cobalt) is die aanname nu niet te toetsen omdat er nauwelijks grondwatergegevens voor deze stoffen zijn, en al helemaal niet digitaal in gemeentelijke BIS-sen. Voor de acht 'oude' metalen is deze aanname wel te toetsen op basis van datasets uit gemeentelijke BIS-sen.
Op basis van de gegevens uit de BIS-sen van de gemeentes Goes, Gorinchem en Venray blijkt er geen verband te bestaan tussen de aanwezigheid van grondwaterverontreiniging met metalen en de aanwezigheid van grondverontreiniging met metalen.
Voor elk van de 8 'oude' metalen geldt, dat in de bodemonderzoeken waar een overschrijding van de tussenwaarde of interventiewaarde in het grondwater is gemeten, in meer dan de helft van de gevallen in de grond géén overschrijding van de streefwaarde voor het betreffende metaal is gemeten.
Zoals gezegd
worden ook in het definitieve standaardpakket voor grondwater automatisch dezelfde
metalen voorgeschreven als voor grond. Ik ben benieuwd hoeveel grondwatersaneringen
er de komende jaren zullen plaatsvinden vanwege een grondwaterverontreiniging
met barium, kobalt of molybdeen.
De eerste die er één weet te melden krijgt van mij een fles wijn.
Overigens
is de keuze van metalen in de afgelopen paar jaar nog aan verandering onderhevig
geweest. In eerste instantie werd in 2005 voorgesteld om geen molybdeen maar
wel seleen en vanadium in het standaardpakket op te nemen. In de zomer van 2007
lag er een nieuw voorstel waarin barium, kobalt, molybdeen en tin aan het stoffenpakket
werden toegevoegd.
Om deze veranderlijkheid te begrijpen is het goed om eens na te denken over
de wijze waarop de samenstelling van het stoffenpakket is bepaald. Stoffen zijn
in het standaardpakket opgenomen wanneer de gemeten gehalten in een bestand
met hergebruiksgrond in meer dan 5% van de gevallen boven de Achtergrondwaarde
komen. De Achtergrondwaarden zijn in het project AW2000 bepaald, door van 100
waarnemingen in het buitengebied verspreid over het land te bepalen welke concentratie
in 5% van de gevallen wordt overschreden. Inderdaad, die twee criteria lijken
veel op elkaar... .
Op de pagina over statistiek wordt nader ingegaan
op de betrouwbaarheid van de Achtergrondwaarden. De kans is groot, dat de Achtergrondwaarden
ongeveer overeenkomen met de werkelijke 95-percentielwaarden van de relatief
onbelaste Nederlandse bovengrond. Tegelijk bestaat er een kans, dat het al of
niet opnemen van een enkel metaal in het standaardpakket door statistisch toeval
wordt beïnvloed.
Meer weten?
Neem gerust contact op met mij op.
Marnix Mosselman
Marmos Bodemmanagement
010-2202926
marmos@marmos.nl
Laatste wijziging 27 januari 2008